|
Het oeuvre
Buysse streelt huid, stoffen, brons en steen en koestert het leven, ook na de dood. In haar hoofd, waar dat door haar “geboetseerde” leven zich afspeelt, leeft alles immers verder. Een eigen leven. Als stenen konden spreken, of een aftandse fauteuil, waar een leven lang iemand in had gezeten, of een jas… Waar ligt de grens van leven en dood? Eigenlijk hoort Greta Buysse thuis in een stad als Venetië, een van haar favoriete locaties, trouwens. In haar werk sluimert een authentieke portie dramatiek, de mystiek van het haast rimpelloze watervlak, een onbestemde tijdloosheid. Ik zie er haar zo lopen, in haar wijde, lange zwarte rokken, met haar opwippend gitzwart haar, over bruggen en pleinen, elke steen aftastend en elke lantaarnpaal aaiend, op zoek naar alles wat aan liefde en leven herinnert en gekoesterd hoort te worden. Buysse zet haar protagonisten neer tegen muren met getaande, afbrokkelende bas-reliëfs, wikkelt ze in lakens en nestelt ze in fauteuils, laat ze parallel kronkelen of poseren met geometrische elementen en subtiele accenten, legt ze bij verstilde vijvers neer… En telkens is er een wondere wisselwerking, kan het een niet zonder het ander, is het barok en beladen, maar tegelijk nooit teveel.. Hommages zijn het aan leven, de liefde en de dood, aan alles waar ze van houdt of van heeft gehouden, aan door haar bewonderde coryfeeën uit de kunstgeschiedenis. Van Eyck, Magritte. Maar net zo goed konden muziek of taal een creatie ten grondslag liggen. Het lijkt bij Buysse vaak alsof haar vrouwen sculpturen zijn geworden, stenen beelden, die ze een wijle later – wanneer zij dat zou willen – weer tot leven kan wekken. Ze heerst over haar eigen gedroomd universum, ent bravoureus woorden in huid, en uit haar verstilde werk – heel vaak rechthoeken die samen – alsof je door een raam kijkt - een groot geheel vormen -, en de subtiele nuances van zwart, wit en grijs en onverkende holten en gleuven hoor je muziek opborrelen. Johan Debruyne, februari 2005 “Het kan wel af en toe nuttig zijn een titel te lezen zoals “Hommage aan Magritte” en “Sarajevo”,waarin het angstig beschermende gebaar van het model, het personage, en de windels om haar ene arm, veel meer uitbeelden en onthullen dan alleen maar een naakt en naamloos vrouwelijk lichaam. Hoewel de meeste van haar taferelen niets aan het toeval overlaten, en een foto vaak het resultaat is van een langdurig groeien naar dat ene begenadigde ogenblik toe, toch zijn reeksen zoals “Les ailes du désir” en “Epische Gezangen” zo evident en toch ook zo rijk aan interpretatiemogelijkheden dat zij geen dwingende uitleg nodig hebben en bij de ene kijker een ervaring, een flits oproepen waar de andere totaal vreemd aan is. Hugo Brutin, A.I.C.A. Museum voor Schone Kunsten, Oostende 9/9/1995 “Haar composities zijn de uitdrukking van dat vluchtige, maar onomkeerbare moment van distantie in de erotische verleiding. Het is die korte tel waarin de vrouw geniet van het voordeel van de aarzeling. Het is kwetsbaarheid, verlatenheid bij willekeur, het net geen weg meer terug”. Joannes Késenne, Kunst en Cultuur 9/1995 Het levensgevoel dat in de foto’s van Greta Buysse te lezen is, zou kunnen worden beschreven als verhulde kwetsbaarheid: beelden in onbewoonde huizen, anonieme naaktfiguren, een sensualiteit die geabstraheerd wordt in een picturale verlichting. De spanning tussen de esthetiserende vormgeving en de gevoeligheid van het motief behoort essentieel tot de kwaliteit van deze foto’s. De stijl is ontleend om te kunnen fungeren als een patina die moet uitdrukken dat de l’art consolateur ook doet vergeten, dat vele dingen in de tijd veranderd zijn tot melancholie, herinnering. Kunst kan zo ook sensibiliteit zijn die zichzelf beschermt en in acht neemt. Karel Van Deuren 1988 Het moet een oorverdovend lawaai zijn als Greta Buysse de sluiter van haar camera ontspant want vooraf gaan ongetwijfeld lange minuten van intense stilte. Een geladen stilte, waar het aanwezige licht moeizaam zijn stralen verweeft met het interieur, met de menselijke figuren die figurant zijn in de droomwereld van Greta. Haar beelden zijn fantasieën, zorgvuldig gerijpt in het hoofd van hun schepper. Jan Dirckx 1986 Het werk van Greta Buysse heeft dat vervreemdingseffect gemeen met de film en het theater. De lichten worden gedoofd, het doek opgehaald. Er verschijnt een decor waarin wat nu komt zal aanspreken en onbereikbaar blijven. Foto’s als materialisering van grondig ingestudeerde fantasmen. Het irreële klimaat van bepaalde voorstellingen met hun gedempte maar geladen zinnebeeldige expressies, betoont zich verwant met het symbolisme. Het ontredderend vermogen om met zichtbare figuratie ook het onzichtbare te associëren, is duidelijk een karaktertrek van het surrealisme. De suggestieve kracht van deze foto’s is bijgevolg diep geworteld in de meest gevoelige grondlagen van de verbeelding. Ze zijn tegelijk actueel en tijdloos. Gaby Gyselen 1982 |